Joods Utrecht na 1945

Israëlitisch Weeshuis Utrecht

Stolpersteine voor weggevoerde kinderen en begeleiders Joods weeshuis Utrecht 2010.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het joodse leven in Utrecht hervat. In 1948 werd op de begraafplaats een sobere gedenksteen opgericht voor de meer dan duizend Utrechtse joden, die omgebracht waren. Aanvankelijk werd Utrecht zetel van het opperrabbinaat voor geheel Nederland, behalve voor de stedelijke regio’s Amsterdam, ‘s-Gravenhage en Rotterdam. In 1988 werd de naam van het opperrabbinaat Utrecht veranderd in ‘Interprovinciaal Opperrabbinaat’ en werd de zetel verplaatst naar Hilversum.

In 1981 verkocht de NIG-Utrecht de te groot geworden synagoge aan de Springweg. Sindsdien worden er iedere week diensten gehouden in een bijlokaal. In deze kleine synagoge staat de Heilige Ark van de uit 1776 daterende Hoogduitse synagoge van Maarssen. In september 1989 vierde de NIG-Utrecht haar tweehonderdjarig bestaan. In 1990 werd de joodse begraafplaats gerestaureerd. Vrijwilligers van de Stichting Boete en Verzoening hebben in 2004 en 2007 geholpen met het herstel van de 800 grafstenen op de joodse begraafplaats aan het Zandpad in Utrecht.

In 1992 werd op initiatief van Sophie Hankes een herdenkingsplaquette aangebracht aan het voormalig Joodse weeshuis aan de Nieuwegracht 92 ter herdenking aan de weggevoerde weeskinderen en hun begeleiders.

Niet openbare Joodse monumenten

Meer dan duizend Joodse medeburgers uit Utrecht werden gedeporteerd en zijn omgebracht.

In dit digitale tijdperk is derhalve nu gekozen voor een digitaal monument. Wij hopen oprecht dat dit de voorbode zal zijn voor een waardig openbaar monument. Hun namen bevinden zich in de archieven van de Joodse gemeente Utrecht, die in bewaring zijn gegeven aan het stedelijk archief van Utrecht. Op de Joodse begraafplaats aan het Zandpad bevindt zich een monument ter nagedachtenis aan de Joodse slachtoffers uit Utrecht. Op dit monument staan geen namen vermeld. De begraafplaats is niet openbaar toegankelijk. In de hal van de huidige synagoge aan de Springweg, de voormalige wintersynagoge, bevindt zich verder nog een in de muur gemetselde plaquette waarin de meer dan duizend slachtoffers herdacht worden. Ook deze steen noemt geen namen. De synagoge is niet voor publiek toegankelijk, tenzij speciale toestemming is verleend.

Vijftig jaar na de bevrijding van Auschwitz, 25 januari 1995, vroeg de toenmalig voorzitster van de Joodse Gemeente aan burgemeester Ivo Opstelten om toestemming voor het oprichten van een openbaar monument ter nagedachtenis aan de Joodse slachtoffers. Burgemeester Opstelten vond het echter niet nodig om een apart monument voor de Joodse slachtoffers op te richten:””Er is immers reeds een monument bij de Dom voor alle oorlogslachtoffers van Utrecht”. Dit vonden wij geen juist uitgangspunt. De Joden zijn tijdens de oorlog in relatieve stilte weggevoerd en worden door het ontbreken van een openbaar monument ter hunner nagedachtenis als het ware doodgezwegen. Verschillende serieuze pogingen oa contactopname met de Nederlandse Spoorwegen om een monument bij het Maliebaanstation op te richten leidden helaas niet tot realisatie van een gedenkteken. Eindelijk op  29 okt 2015 werd het Joods Monument Utrecht onthuld.

In Doorn, in de directe omgeving van Utrecht, vestigde zich tijdens de bezetting een zeventigtal joodse vluchtelingen, die uit het kustgebied verdreven waren. Ongeveer de helft van hen wist, soms geholpen door plaatselijke ambtenaren, onder te duiken. Ook in andere plaatsen in de buurt, zoals Driebergen, De Bilt en Zeist was een groot aantal vluchtelingen gehuisvest. In het Walkartpark te Zeist werd in april 2001 een monument onthuld ter nagedachtenis van 102 joodse vervolgingsslachtoffers. Het oorlogsmonument van Baambrugge vermeldt sedert 1996 ook de namen van twee in de oorlog gedeporteerde en vermoorde joodse families uit deze gemeente.